Zet geen rode strepen onder fouten, maar groene strepen onder wat goed is.

1. DE LATERALE SCHEEFHEID (LINKS- OF RECHTSGEBOGEN)
Ieder paard is van nature scheef. Het ene paard is wat holler aan de linkerzijde de ander is wat holler aan de rechterzijde. We spreken van een links- of rechtsgebogen paard.
Hierdoor is er sprake van een holle en bolle zijde.

Rechtsgebogen (linkshandig)                  linksgebogen (rechtshandig)

Een rechtsgebogen paard wordt ook wel linkshandig genoemd en een linksgebogen paard rechtshandig. Dit komt doordat hij met dit voorbeen handiger is en een betere coördinatie heeft. Dit is zijn voorkeursbeen. In situaties waarin hij snel moet reageren zal hij met dit been sneller zijn.
Je kan dit vergelijken met de links- of rechtshandigheid bij mensen. Een rechtshandig persoon zal in kritieke situaties de deur openduwen met zijn rechterhand. Met zijn rechterhand is hij handiger, sneller en heeft vaak meer controle. 

Over de reden waarom paarden een laterale voorkeursbuiging hebben, zijn de meningen verdeeld. Er zijn hierover diverse theorieën:

  • door de ligging in de baarmoeder wordt de laterale buiging van het veulen bepaald
  • de meeste handelingen worden al decennia lang aan de linkerzijde van het paard verricht (stamt uit het militaire regiem). Zoals het op- en afstijgen, leiden, opzadelen etc.
  • de meeste mensen zijn rechtshandig, waardoor wij het paard eenzijdig trainen. Onze scheefheid wordt zo weerspiegeld in het paard.
  • door de scheefheid van het paard wordt de ruiter vaak naar 1 kant gezet, waardoor de scheefheid steeds meer benadrukt wordt en het paard steeds schever wordt.
  • Instinctieve reacties produceren altijd dezelfde beweging. Vanaf veulen past het lichaam zich aan deze onbewuste bewegingen aan en ontwikkelt zich daarom ongelijk.
  • Het zgn. "cirkelinstinct" is de oorzaak van de ongelijke spierontwikkeling. Dit instinct zorgt ervoor dat ieder mens of dier bij het missen van oriëntatiepunten, in cirkels loopt.
  • paarden op de renbaan lopen altijd linksom, wat deze tendens versterkt.

De holle zijde                  de bolle zijde

Wanneer we de holle en bolle zijde van het paard vergelijken, kunnen we de volgende verschillen waarnemen:

Holle zijde Bolle zijde
  • Sterke stijve korte spieren
  • Slappe zwakke lange spieren
  • Binnenachterbeen stuwt het meest en is het sterkste
  • Buitenachterbeen draagt meer gewicht en is het zwakkere achterbeen
  • binnenachterbeen wordt naast de massa geplaatst
  • Buitenachterbeen wordt onder de massa geplaatst
  • Paard neemt bit (links) niet of nauwlijks aan
  • Paart neemt bit (rechts) wel aan
  • Linkerheup is vaak hoger waardoor de ruiter naar rechts wegzakt (scheef zit)
  • Rechterheup is lager
  • Buik is links holler, waardoor been minder contact heeft
  • Buik is rechtsboller waardoor been contact met buik heeft
  • Linker voorbeen draagt minder gewicht dan rechter voorbeen
  • Rechter voorbeen draagt het meeste gewicht (zie de diagonale scheefheid)
  • Als we b.v. uitgaan van een rechtsgebogen paard dan heeft de linkerzijde (de bolle zijde) de volgende kenmerken.

    • is de bolle zijde
    • heeft de lange spieren
    • is slap bespierd
    • is de soepele zijde
    • heeft het dragende achterbeen
    • linker voorbeen draagt meer gewicht
    • steunt links meer op teugel (pakt links vast)
    • loopt tegen linkerbeen van ruiter aan
    • zadel zakt naar links
    • rechterheup vaak hoger dan linker (bekken scheef)
    • rechter achterbeen is steiler en minder buigzaam. Stuwt naar links voor

     

    Wat betekent dit voor een rechtsgebogen paard op de volte?




    Op de volte linksom valt het paard door de wending op de binnenschouder, doordat het paard niet rechtsgebogen is in zijn lijf.

     

     




    Op de volte rechtsom valt het paard over de buitenschouder, doordat hij niet gelijkmatig gebogen is van oor tot staart. Hierdoor wordt de volte steeds groter.

     


    Net als een race auto die met te hoge snelheid de bocht uitvliegt of juist aan de binnenzijde van de bocht uitbreekt (afhankelijk van de voor- of achterwielaandrijving).

    Op de volte linksom                                            

    • valt hij op de binnenschouder                          
    • ongelijke aanleuning (meer druk op de binnenteugel)
    • valt tegen binnenbeen     
    • ongelijke gewichtsverdeling
    • buigt moeilijk in zijn lengte-as om je binnenbeen
    • versnelt of neemt tempo terug

    Op de volte rechtsom

    • valt hij over de buitenschouder
    • ongelijke aanleuning (meer druk op de buiten- teugel)
    • ongelijke gewichtsverdeling
    • valt tegen buitenbeen
    • buigt niet gelijkmatig conform de volte.

             

    niet vallen                                maar buigen

    We moeten het paard dus leren buigen in zijn lengte-as, zodat hij zich door de wending verticaal recht t.o.v. de grond gaat bewegen. De ondersteuning van het binnenachterbeen zorgt dat het paard in balans kan blijven. Buigt hij niet dan zal hij uit balans raken en door de wending “vallen” en zal hij zijn tempo noodgedwongen moeten verhogen of juist vertragen.

    Terug naar "De natuurlijke scheefheid"

    Heeft u vragen of interesse?

    Heeft u vragen, opmerkingen of interesse? Vult u dan onderstaand formulier in en u ontvangt zo spoedig mogelijk bericht.

    Naam:
    Email:

    NOKR