Cause your ideas to become your horse's ideas, but understand his ideas first.

Zitles

ALGEMEEN

Tegenwoordig worden zitlessen eigenlijk alleen nog gegeven (indien men geluk heeft) wanneer men net begint met paardrijden. De eerste beginselen worden de ruiter bijgebracht terwijl iemand het paard longeert en de ruiter zo vertrouwd kan raken met de beweging van het paard en zijn balans leert vinden in de diverse gangen van het paard, de stap, draf en de galop.

Tijdens de verdere rij-opleiding worden zitlessen vaak gezien als iets voor “de minder getalenteerde ruiters” en dus als vreemd en zelfs als zinloos beschouwd.

Dat zitlessen echter niet uitsluitend bedoeld zijn als beginnerslessen mag wel blijken uit de oudheid. Ten tijde van de oude grootmeesters zoals Antoine de Pluvinel en Quérinière, werd een ruiter eerst twee jaar aan de longe (op een hoog opgeleid paard) genomen. Pas als hij zich volledig onafhankelijk kon bewegen op een paard en het paard feilloos in zijn beweging kon volgen en hem op generlei wijze stoorde, de hulpgeving begreep en goed kon doseren in de juiste mate en op het juiste moment, mocht hij het paard zelfstandig gaan berijden. De longeur bleef dan nog lange tijd in de rijbaan aanwezig om de ruiter te coachen.

Ook nu nog wordt bij de Spaanse Rijschool deze wijze van opleiden van jonge ruiters gehanteerd. 

HET DOEL

Het doel van de zitlessen is uitsluitend voor de ruiter en is vaak belastend voor het paard. Daarom is het belangrijk dat we de oefeningen niet te vaak en niet te lang achter elkaar doen.

Het doel van de oefeningen is divers:

  • vertrouwen krijgen in het paard
  • we moeten balans vinden op het paard;
  • ontspannen mee leren bewegen met de bewegingen van het paard in de diverse gangen (lichaamscontrole);
  • waarnemen en bewustwording van de beweging van het paard;
  • bewustwording van de beweging(en) van ons eigen lichaam (vaak doen we dingen
  • onbewust);
  • de bewegingen van het paard goed leren begrijpen en interpreteren, zodat we de juiste hulpen op het juiste moment kunnen geven, in de juiste mate en in de juiste combinaties;
  • teneinde we het paard in volledige losgelatenheid en ontspanning willen laten lopen, moeten we hierbij in ons eigen lichaam ook volledig losgelaten en ontspannen kunnen blijven, zodat we het paard niet storen in zijn beweging. Hiervoor is oefening noodzakelijk.

Zitlessen zijn dus heel zinvol en zeker niet raar en zouden een wezenlijk onderdeel in de training moeten zijn. Niet alleen het paard moet getraind worden, maar zeker ook de ruiter.

Stoppen we de training dan neemt ook de soepelheid, kracht en vitaliteit weer af. Dit geldt zowel voor het paard als voor de ruiter.

Dus het zou niet onverstandig zijn om zitlessen zo nu en dan te herhalen. Op die manier kunnen we de vinger aan de pols houden ten aanzien van onze eigen lichamelijke gesteldheid en coördinatie.

Daarnaast is het ook raadzaam om als ruiter naast het paardrijden een andere sport te beoefenen, zodat we fit en soepel in lijf en leden blijven. Iets wat we ook van het paard verwachten.

OMSTANDIGHEDEN

Als we zitlessen willen geven of willen volgen dan moet er aan bepaalde voorwaarden t.a.v. veiligheid, doel, materiaal etc.voldaan worden.

  • De meeste oefeningen kunnen het makkelijkst gedaan worden op een barebackpad,
    • omdat men zich hier vrijer op kan bewegen dan op een zadel.
    • de beweging van het paard beter waarneembaar is.
  • Het paard dat gebruikt wordt voor de zitles moet zich goed laten longeren in alle drie de gangen bovendien moet hij zich braaf gedragen bij alle verschillende (vaak niet natuurlijke) bewegingen.
  • De teugels kunnen opgeknoopt worden in de keelriem of door de lus van de barebackpad gehaald worden, zodat er geen gevaar bestaat dat het paard in een teugel stapt.
  • tijdens de oefeningen is het belangrijk rustig door te ademen en niet uw adem in te houden. Dit brengt weer spanning in het lichaam, b.v. optrekken van de schouders.
  • neem de tijd voor de oefeningen en gaat het fout, begin opnieuw en bouw de oefening weer rustig op.
  • de oefeningen moeten naast bewustwording vooral ontspanning, losgelatenheid en soepelheid ten doel hebben.

Het gaat dus niet om de technische uitvoering van de oefening als ware het een “kunstje”, maar om het effect, de meerwaarde van de oefening.

De oefeningen worden eerst in stap, daarna in draf en zo mogelijk in galop gedaan. Hierbij geldt dus dat als de stap nog teveel onbalans of spanning geeft de draf nog niet beoefend hoeft te worden.

DE OEFENINGEN

Onderstaand zijn een paar voorbeelden van oefeningen uitgelegd.

  • door mee te bewegen met je handen in het ritme van de achterbenen, wordt je je zeer bewust van de beweging van de achterhand. Dit geeft een soort telgangachtige beweging, doordat handen en achterbenen dezelfde beweging maken.
  • door mee te bewegen met je handen met de beweging van de voorbenen, krijg je meer gevoel voor de samenhang van de achterbenen en de voorbenen. Doordat je met je zitbeenderen de achterbenen volgt en met je handen de voorbenen. Deze beweging is meer diagonaalsgewijs.
  • Bovenstaande oefening kan je vervolgens uitbreiden met actief drijven met het binnenbeen. Hier komt de onafhankelijkheid van de hulpen meteen om de hoek. De handen stagneren vaak zodra men zich bewust wordt van de benen. Concentreert men zich weer op de voorbenen c.q. handen, dan pakken de handen het ritme weer op en stagneert het been vaak weer. Dit heeft alles te maken met de linker en rechter hersenhelft. De linkerhersenhelft is de beredenerende en logische zijde terwijl de rechterhersenhelft meer het gevoel en de ruimtelijke perceptie weergeeft. Dus zolang we het op ons gevoel doen, gaat het goed, maar gaan we er bij nadenken dan loopt het een stuk minder soepel.

Bovendien zit er vaak duidelijk verschil in de linker- en rechterhand en linker- en rechterbeen wat weer met motoriek te maken heeft.

Maar oefening baart kunst en na wat oefening lukt het steeds beter.

  • Een andere oefening kan zijn de armen wijd te doen en met je bovenlijf te draaien zodat je beurtelings met je linker- of rechterhand de staart aan kan raken en de bovenkant van de hals.. Dit is het makkelijkst in een ritme van 2x bij de staart en met de andere hand bij de schoft en dan te wisselen/draaien. (dus 1-2 wissel 1-2 wissel).
  • De volgende oefening vraagt wat meer souplesse van de ruiter en een braaf paard. Raak met je linkerhand je rechter teen aan. Dit doet een beroep op je balans, de soepelheid in het bekken en de onafhankelijkheid van je zit.
  • trek je linkerknie op tot boven de schoft en laat weer zakken. Daarna de rechterknie. Dit wissel je enkele maken af. Ook deze oefening brengt meer balans, controle en onafhankelijkheid in de diverse bewegingen van het lichaam en natuurlijk wat extra soeplesse.
  • Vervolgens kan je beide knieën optrekken, even vasthouden (wel doorademen) en weer rustig laten zakken.
  • Breng het rechterbeen over de schoft/hals naar links (als het ware in een dameszit) en vervolgens weer terug. Daarna hetzelfde met het andere been.
  • Deze oefening is het lastigst wanneer men het been aan de binnenzijde naar buiten moet brengen. Aangezien men dan tegengesteld zit aan de buiging van het paard.
  • Wanneer men in “dameszit” zit, kan men ook doordraaien door het been over de achterhand te zwaaien. Men zit dan achterstevoren op het paard.
  • Het lastigste gedeelte is om nog verder door te draaien en met twee benen aan de buitenzijde van het paard te zitten. Nu kan men het been nog een keer over de schoft zwaaien en men zit weer correct op het paard.
  • Ga achterover liggen op de achterhand van het paard. Ontspan en voel de deining onder je. Deze oefening is grotendeels gebaseerd op vertrouwen en ontspanning

HET EFFECT

De meerwaarde van deze oefeningen is o.a.:

  • een grotere lichamelijke balans;
  • dat men losser, meer ontspannen op zijn paard komt te zitten .Met name het bekken en de rug leren zich soepeler en daarmee meer ontspannente bewegen.
  • Dit heeft weer zijn weerslag op de schouders, armen en benen. De zit wordt onafhankelijker;
  • hierdoor kan men de bewegingen van het paard beter en bewuster volgen;
  • bewustwording van de afzonderlijke bewegingen van het paard.
  • bewustwording van de onderlinge samenhang van de bewegingen;
  • bewustwording van de beweging van het eigen lichaam;
  • meer controle over de bewegingen van het eigen lichaam;
  • Door dit alles kan men de diverse hulpen beter timen, doordat men de beweging van het paard eerder voelt, maar ook beter begrijpt en beter kan volgen.
  • De hulp kan op het juiste moment gegeven worden, zonder dat hierdoor spanning in de ruiter optreedt.

Om de beweging van het paard te leren begrijpen en te leren volgen in je lichaam, is het soms aan te raden om de beweging zelf op de grond na te bootsen.

Dit kan gewoon op de grond, maar je kan ook gebruik maken van b.v. een trampoline of een skippybal, dit brengt een extra dimensie in het gevoel en dus in de oefening.

Terug naar "zitlessen"

Heeft u vragen of interesse?

Heeft u vragen, opmerkingen of interesse? Vult u dan onderstaand formulier in en u ontvangt zo spoedig mogelijk bericht.

Naam:
Email:

NOKR